Ik pak je warme handje vast als we de grote trap aflopen. De zon schijnt fel vandaag en ik vind het gezellig je weer eens te zien in je korte broek, en een bungelende schep in je hand. Klaar om mooie bouwwerken te maken in het zand. Net voor de zee, zodat het water je kasteelgracht binnen kan lopen als de zee groter wordt. Zo noem je het althans,  en ondanks dat ik je leer dat het vloed heet, lijk je het leuker te vinden het benoemen als groter worden. Groter, net als jij en eigenlijk op het moment realiseer ik me dat wel iedere week. Je wordt langer en langer, wijzer en mondiger. Je schoenen lijken niet meer zo klein naast die van mij en als ik je optil moet ik alle kracht bijeenroepen om dat nog te kunnen.


Je nieuwe schep is ook stukken groter dan de oude die we pas maar eens hebben weg gedaan. Hij had z’n werk gedaan en zijn eer bewezen. De nieuwe is glimmend en een stuk zwaarder. Je laat hem slepen door het zand als we een geschikt plekje aan het zoeken zijn. Je slippers heb je uitgedaan net als ik. Het zand kriebelt wat tussen onze tenen  en op sommige plaatsen voelt het zand lekker warm. Dichter bij de zee is het kouder aan onze voeten maar dat mag de pret niet drukken. We leggen de handdoeken neer, de zonnebrand crème vloeit rijkelijk en je staat te popelen om te gaan rommelen met alles wat je hebt binnen handbereik.


Als je eenmaal helemaal klaar bent , ren je naar de stormbrekers . de schep laat je doelloos in het zand staan. Je klimt op de laagste paal in de rij, en zoekt naar je balans. Je maakt de stap naar de volgende die net ietsjes hoger is dan de eerste. En zo ga je door. Ik realiseer me dat ik allerlei gevaren zie, maar dat jij glundert van plezier als het je lukt. Je loopt een stukje verder en zichtbaar voel je je best wel heel stoer. Ik lach naar je en ik weet niet of je het ziet.  Je roept naar me dat je iets mooi ziet, en je wijst er naar. Ik knik naar je terug om je te laten weten dat ik het gezien heb. Trots voel ik me, op dat moment, zo op m’n handdoek met mijn boek weliswaar opengeslagen maar zonder een letter te hebben gelezen. Ik ben trots omdat je oog hebt voor de kleine mooie dingen die er zijn, dat je ze benoemt, met me wilt delen wat je ziet. Dat je weet dat je geluk kunt halen uit de kleinste dingen. Dat  je tevreden kunt zijn met wat er is.


En als dan, aan het einde van de dag, je je schepje weer slepend met je terug neemt, ik je warme handje vast pak, zo in het, al iets minder felle, zonnetje…dan realiseer ik me dat deze dag ons weer een nieuwe herinnering heeft gegeven. Een kostbaar moment, met alles wat er was, met alles wat er altijd zal zijn. Het mooie wat de wereld te geven heeft, en de kostbaarheid van ons samenzijn. Rijker kunnen we niet worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *