Product -recensies

Spellenrecensie: Bouwen en blazen

Het weer van de afgelopen weken joeg kinderen de straten op om lekker buiten te spelen, maar nu de herfst nadert, is het de beurt voor een andere jager om je kroost bezig te houden. In Wolfkracht 10 probeert de Grote Boze Wolf de zorgvuldig opgebouwde huisjes van de drie biggetjes omver te blazen. Lukt het jouw om je huis af te bouwen voordat de wolf toeslaat?

In dit bordspel voor twee tot drie spelers ben je één van de kleine biggetjes en werk je hard aan het bouwen van je huisje. Dat huisje is een plastic frame met daarin zes lege vakjes. Elke beurt moet je draaien aan de schijf. De wijzer kan eindigen op een bouwmateriaal, of op de wolf. De bouwmaterialen zijn – net zoals in het verhaal – stro, hout, of steen. De speler mag het gedraaide bouwmateriaal in een leeg vakje in zijn huisje plaatsen, door het met een oogje te hangen aan een haakje. Daarbij heeft de tegel van stro een groot oogje, die van hout een kleiner oogje en die van steen een nog kleiner oogje, waardoor deze het moeilijkste omver is te blazen.

En geblazen wordt er: want draait een speler de wolf, dan mag die bij een andere speler het huisje omver proberen te blazen. De Grote Boze Wolf in het midden van de huisje wordt met zijn bek naar het huisje van het ‘slachtoffer’ gedraaid en de speler duwt hard op de wolf, die in feite een blaasbalg is. Hoeveel bouwtegels blijven er overeind?

In de praktijk zijn dat er vaak opvallend veel: de wolf is niet zo goed in het omver blazen van tegels, al maakt het ook uit in welke modus de wolf blaast. Bij ‘gewoon’ blazen wordt er een tuitje aan de bek van de wolf uitgetrokken en blijkt het blazen een ware uitdaging, bij ‘Wolfkracht 10’ wordt deze tuit ingeduwd en blijkt het gemakkelijker. Toch zal het blazen voor veel jonge spelers – het spel is geschikt voor spelers vanaf vijf jaar oud – moeilijk blijken en daardoor waarschijnlijk al vlug een bron van frustratie zijn.

Aan de andere kant kan een speler die bedreven is in het blazen ervoor zorgen dat het heel lang duurt voordat iemand zijn huisje af heeft (wat het doel van het spel is om te winnen). Hierdoor kan een spel al vlug tegen een half uur duren en spelers dwingen te ‘sparen’ voor duurdere bouwtegels (je mag minder stevige bouwmaterialen opzij leggen om te sparen voor betere), wat ook de nodige tijd vergt. Tel daarbij op dat het materiaal, met name de draaischijf, kwalitatief te wensen over laat. Het karton is erg dun en trekt daardoor gemakkelijk krom, wat het draaien van de pijl bemoeilijkt.

De kans is groot dat met name de jongere spelers na enige tijd gefrustreerd zullen raken van ofwel het niet omver kunnen blazen van andermans huisjes, ofwel het niet goed kunnen opbouwen van hun eigen huisjes. Bovendien kan het spel al snel een stuk langer duren dan de aangegeven 15 minuten, waardoor het voor iemand van vijf jaar al vlug moeilijk wordt om de aandacht er langer bij te houden.

Dat neemt niet weg dat het spel er alleraardigst uitziet en ook het concept erg leuk is. Bovendien worden kinderen op een leuke manier aangezet om na te denken over snel bouwen en een hoger risico lopen op het omver worden geblazen van je huisje, of te investeren in beter bouwmateriaal, zodat je huisje waarschijnlijk blijft staan.

Was dit spel uitgevoerd in kwalitatief iets hoogwaardiger materiaal en hadden de makers gezegd dat het spel geschikt is voor spelers van zeven jaar en ouder, dan zou het een heel leuk spel zijn geweest. Maar in de huidige uitvoering en voor de huidige doelgroep, hangt het met name van het karakter en de bedrevenheid van de spelers af hoeveel lol hieraan wordt beleefd.

 

Tagged , , , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *