
Het zwaard van Damocles
Voordat ik ga slapen, loop ik je kamer altijd even binnen. Een kusje geven,
nachtlampje uitdoen en even zeggen dat ik van je hou. Ik ben ervan overtuigd
dat wanneer ik dat elke avond zeg, dat ook tot je doordringt als een mantra,
zelfs al slaap je.
Als ik de deur opendoe, hoor ik niets. Er zijn avonden dat je zo zwaar ademt dat
ik je op de gang kan horen ronken. Maar nu hoor ik helemaal niets. Ik kijk naar
de bult onder de dekens. Niks beweegt. Geen geluid, geen beweging.
Ik merk dat mijn eigen hartslag omhoog gaat. Snel loop ik naar je bed. Allerlei
gedachten buitelen door mijn hoofd. Ik bedwing een aanval van paniek. Ik
bedwing de neiging om je heen en weer te schudden om zo snel mogelijk zekerheid
te hebben.
Een hand op je rug. Voel ik iets bewegen? Een vinger vlak voor je neus. Voel ik
een zachte ademhaling langs mijn vinger strijken? Ik twijfel nog steeds. Ik leg
een hand op je voorhoofd. Je voelt in ieder geval nog warm. Blijkbaar ben je
het gekriebel even zat. Je haalt wat dieper adem en beweegt een arm. Je gaat
verliggen.
Ik slaak – in stilte – een zucht van verlichting. Ik merk nu pas dat ik mijn
adem heb ingehouden. De paniek waaraan ik niet wilde toegeven, maar die er wel
was getuige mijn snelle hartslag, zakt wat en maakt plaats voor opluchting.
Bij jullie alle drie ga ik ’s avonds naar binnen en bij jullie alle drie voel
ik even of jullie “het nog doen”. En bij jullie alle drie schrik ik in eerste
instantie als ik niks hoor of niks voel bewegen. Maar toch, bij jou is en
blijft het anders, zelfs na al die jaren. Te vaak al bang geweest om je te
verliezen, te vaak al een wit gezicht in een ziekenhuisbed gezien, te vaak al
gelet op tekenen van leven. Met jouw medische achtergrond zit ik in no-time in
standje “alert”. Hoe goed het ook gaat en hoe goed we ook kunnen struisvogelen,
op de achtergrond is er toch altijd die angst, als een zwaard van Damocles.
Wat als…??
